145
„En dat maar zonder mijn toestemming?”
„Een reuze jog, zeg! we zijn gewoon idolaat van elkaar! en nou stuurt dat stuk sjagryn van een vader van hem — natuurlijk om hem te onttrekken aan mijn funeste invloed — zoonlief naar Engeland. We zijn gewoon vals! en wat moeten we er tegen doen? Pa heeft de dubbeltjes en Ed moet z’n hele carrière nog maken. We houden het niet uit, zeg! elkaar in een heel jaar niet te kunnen zien! ’t Is gewoon bij de wilde krekels af! en weet je wat zo in-gemeen van z’n vader is? hij had tekeningen van me zullen plaatsen en nou verpuft ie het gewoon! ik ben aan alle kanten gedupeerd, bah! ik heb nergens meer zin in! ik ga niet door met al dat klungelige geteken! ik bereik toch nooit wat! Zeg, jij laat iemand ook maar kletsen en je zegt geen stom woord!” „Laat je me er dan de tijd voor? en denk je, dat ik me een helder beeld kan vormen van al dat onsamenhangend gezwam van jou? vertel eerst eens waarom die vader zo verbolgen op je is en dan, in welke kwaliteit hij tekeningen van jou zou nemen? moet ik dat allemaal maar raden?”
„Ach, neem me maar niet kwalijk, Béetje, ik ben zo overhoop! ik hoorde het net een uur geleden van Ed. We zijn er allebei kapot van. Thuis hoef ik er niet over te beginnen, want moeder is in staat die oude beer nog groot gelijk te geven en dat is meer dan ik verdragen kan. Nou, hij heet Ed. van Stralen en zijn Pipa is de bekende uitgever. Ik ben er op een dag met een aanbeveling van een vriend van vader heen gestapt en toen was de oude beer er niet. Ed, die me te woord stond, was bizonder beminnelijk en ik zag er juist op mijn manier erg voordelig uit — ik had die schat van een jurk aan, die rose met al die bloemetjes, weet je wel? en ik had een van m’n malle hoedjes op — nou en toen kreeg ie het te pakken van me en ik van hem, hij vroeg me of ik nog eens terug wou komen en de schooier liet me natuurlijk op een uur komen, dat z’n vader er niet was en het hele personeel al naar huis. We hebben toen reuze gezellig zitten klet-
We slaan er ons door.
10