144
hebben, dat is te zeggen, Jet is met de pot bezig en zal maar af en toe naar je gezwam kunnen luisteren, maar ik zit kousen te stoppen en zal proberen wakker te blijven bij al de nonsens die je wel weer te vertellen, zult hebben. Nou, so long!”
„Nu springt ze hals over kop op d’r fiets en rent hierheen,” dacht Bea vermaakt. „Ze is lang niet geweest en heeft natuurlijk weer „bende’s te vertellen.”
Geen tien minuten later een lang aangehouden bel en naar boven stormen van Els.
„Wat zie jij er uitdagend uit!” begroette Bea haar. „Uitdagend!” galmde Els en ze liet zich neervallen in de grote stoel, strekte de stoere benen. „Zeg liever, woest! kwaadaardig!”
„Hemeltjelief! is het weer zó erg met je? dat hebben we lang niet gehad.”
„Bekommert zich dan iemand om me? jullie zijn nogal leuk allemaal! Jet en jij, dat is één pot nat! jullie zijn gewoon de Siamese tweelingen! En Til? die is één kluit Henk! Nu is ze niet down meer, nu heeft ze mij niet meer nodig om al haar perikelen mee uit te praten! Dat Toet na al die misère geen kop voor een ander heeft, daar kan ik in komen, maar de rest! bah, jullie zijn au fond een zelfzuchtig zoodje.” „Is u uitgepraat, dame?” lachte Bea. „Goeie hemel wat een stortvloed! En waarom dit alles? wat heeft je, buiten ons aller ontrouw, zo opstandig gemaakt? want, dat er iets anders is, daar ben ik zeker van. Vooruit, lucht het hartje maar.”
„Je bent wel animerend! zoiets van: schiet maar op en maak het niet te lang. Als ik niet wist, dat je wel wat voor een ander over hebt, dan zou ik helemaal niet gekomen zijn.”
„Zo, dat is andere taal. En vertel nu eens wat er aan het handje is”
„Nou, ik ben in stilte verloofd."