140
mooi, Jet en zo goed om naar te kijken. Ik zal altijd aan hem kunnen denken zoals ik hem het laatst zag.”
„Houd die herinnering maar vast, Bé,” zei Jet ernstig. „En mischien zal er nog wel eens een ogenblik in je leven komen, waarin je terug zult denken aan dat, waarvoor hij je waarschuwde. Hij zag het goed, jij zou je door je medelijden kunnen laten beïnvloeden. Wil je geloven, dat ik er in het begin bang voor was, toen je naar Peter ging. Ik dacht, als hij beter wordt, of misschien half beter, dan zal Bé, door medelijden bewogen, zich verder aan hem wijden en gaan geloven, dat ze van hem houdt. Ik had me niet angstig behoeven te maken, de arme jongen is heen gegaan. Het is beter zo, Béetje.”
„Je hebt het goed gezien, Jet. Als Peter beter was geworden was ik me zeker aan hem gaan hechten. Ik heb dit zelf ook gevoeld. Een dergelijk geval heb ik al nog eens in mijn leven gehad, maar toen was ik nog heel jong. Ik verbeeldde me toen, dat ik werkelijk van een jeugdvriendje van me hield en het was alleen maar een sterk gevoel van medelijden, omdat hij longlijder was en vroeg moest sterven. Als je zo aangelegd bent kun je tot onverstandige dingen komen, ik weet het en toch geloof ik, dat ik er niet aan zou ontsnappen, als mijn medelijden zo intens opgewekt was. Soms denk ik wel eens, dat alleen het zwakke me trekt en ik liever een man zou hebben, die ik verzorgen en leiden moet, dan een die mij leidt. Ach, Jet, het leven is niet gemakkelijk en het lijkt me zo moeilijk, als je eens voor de keuze staat. Ik geloof, dat mijn hele leven zoeken zal zijn, zoeken naar een onbereikbaar ideaal.”
Maar Jet in volle overtuiging, zei: „Het is niet moeilijk, als je maar zeker weet, dat je van elkaar houdt. Dat je er nu zo zwaar over denkt, is voor mij het beste bewijs, dat je nog nooit waarachtig van iemand gehouden hebt. Dan redeneer je niet, dan is er niets meer, dan dit ene: ik houd van hem en dan is alles goed. Zie je, zo denk ik er over en