132
Het moet niet te lang met me duren, anders val ik weer in al m’n ouwe zonden terug en keer je je met minachting van me af. Ach, Bea, Bea ..
Bea’s hart kromp ineen bij het zien van zoveel ellende.
„Hem nu te kunnen helpen,” dacht ze en zacht streelde haar hand over de zachte, blonde lokken.
„Laat dat,” snauwde hij haar af en hij keerde zijn hoofd naar de muur, zodat ze zijn gezicht niet zien kon.
Bea hoorde hem zacht snikken. Ze durfde zich niet te bewegen, als hij zou merken, dat ze het hoorde zou hij haar vragen weg te gaan.
„Wat hangen die rozen slap,” zei ze en ze deed haar best haar stem een onbevangen klank te geven. „Ik zal ze even verversen.”
Toen ze weer binnen kwam, had hij zichzelf overwonnen.
„Bé,” vroeg hij. „Wil je voor je weg gaat mijn vulpen en de bloc-note op mijn bed leggen? Ik moet nog een brief schrijven.”
„Zul je je niet te veel vermoeien?” vroeg ze.
„Maak maar een fondant kereltje van me,” trachtte hij te spotten, maar er klonken tranen in zijn stem.
Toen Bea de volgende morgen beneden kwam, rinkelde lang achter elkaar de telefoon.
„Hemel,” schrok ze. „Vast iets met Peter!” eri ze liep haastig naar het toestel.
„Ja, Tom,” hoorde Jet haar ontsteld zeggen. „Natuurlijk kom ik,” en zich tot Jet wendend: „Peter heeft vannacht een zware bloedspuwing gehad, hij heeft naar me gevraagd. Vind je goed, dat ik maar meteen ga?”
„Moet je dat vragen?” zei Jet hartelijk. „Neem nachtgoed mee, als het zo erg is, lijkt het me voor allemaal beter, dat je daar blijft. Ik zal even een koffertje voor je inpakken. Eet nu eerst even een broodje.”
Maar Bea was te gejaagd om te kunnen eten en Jet, die