i3i
beetje veeleisend, maar Jet weet prachtig met haar om te springen.”
„En de zoon?”
„O, dat is een brave engel! die maakt gewoon een halve cirkel om me heen, als ie me per ongeluk in de gang tegen komt! ik weet niet, wat ik de brave borst gedaan heb, maar hij ontwijkt me als een besmettelijke ziekte.”
„Hij is natuurlijk dodelijk van je en dat durft ie niet te bekennen! ”
„Hè, ja, net echt, zou Els zeggen.”
„En die andere sinjeur? dat is een artist, hè? zeker een vlot type! Speelt ie mooi?”
„Welk een belangstelling voor onze huurlingen!” lachte Bea.
Een lichte blos overtoog Peter’s gelaat en direct begon hij over iets anders te praten.
„Ik kreeg vanmorgen een brief van de notaris,” zei hij dan. „Alles is voor mekaar en ik hoop, dat de inrichting, waar de kleine boefjes vervormd worden tot mensen, die de maatschappij geen oneer aandoen, gauw en lang plezier moge hebben van de centjes.”
„Doe niet zo sinister,” berispte Bea hem. „Neem je liever voor beter te worden.”
„Hè, ja! ik Coué me helemaal beter, geestelijk en lichamelijk!”
„Als je zo sarcastisch blijft, kom ik morgen niet bij je.” „Dat moest je toch maar niet meer doen, ik heb me iedere dag al voorgenomen je te vragen voortaan niet meer bij zo’n wrak te komen.”
„Doe niet zo interessant,” probeerde Bea hem te plagen, maar de lust verging haar toen ze de treurige ogen, het verbitterde gezicht zag.
„Jullie hebt verdorie allemaal wat!” viel hij plotseling ruw uit. „Ik heb niets, niemand! Even heeft mijn nobele!!! daad me genoegen gegeven, maar dat is al lang weer voorbij.