130
de tante Leentje me er mee en nu is het Maatje. Intussen ben ik tante dol dankbaar, dat ze iets gevonden heeft om Maatje zoet te houden en dat haar aandacht afleidt van al wat ze kopen kan. Haar hoogste ideaal op het ogenblik is, om nog eens mee te kunnen spelen op de bridge-drive, die het Handelsblad ieder jaar geeft. Ze spreekt over Culbertsson en Goudsmit of ze met ze school is gegaan. Ik amuseer me er soms schoon mee. ’t Is net een kind en ik vraag me wel eens af, of er ooit iets is geweest, waar zij zich zorgen over heeft gemaakt.”
„Ik zag ze laatst voorbij de zaak gaan,” zei Tom, die blij was dat ze weer opgewekter scheen. „Ze leken net een paar jolige meisjes, die samen uit zijn. Ik vind, dat Helena weer frivoler wordt onder je moeder’s leiding. Ze hadden allebei tenminste dartele hoedjes op.”
„Ja, ’t is me een stel! en ze maken hevige plannen om als Peter weer beter is, in het najaar naar het Zuiden te gaan.”
„Laten wij ons dan voornemen tegen die tijd getrouwd te zijn,” probeerde Tom haar aandacht op dit chapiter terug te brengen. Maar Toet vond dit een beetje te haastig en zei, dat ze niets wilde bepalen, vóór Peter een stuk beter was.
Het liet zich echter niet aanzien, dat de beterschap van Peter van blijvende aard zou zijn, want iedere avond was de temperatuur te hoog en de krachten namen langzaam maar zeker af.
„Bea,” vroeg Peter op een middag, dat ze laat nog was gekomen. „Is het nu heus niet teveel voor je om altijd maar weer hierheen te draven, alleen om een verwend jog z’n zin te geven?”
„Wil ik dan maar niet meer komen?” plaagde Bea.
Hij deed of hij de vraag niet hoorde.
„Hoe gaat het eigenlijk in jullie pension?” vroeg hij dan. Het was de eerste keer, dat hij zich daarvoor interesseerde.
„Dat gaat z’n gangetje!” zei Bea. „De oude dame is een