123
bieden? ik heb het verknoeid, Bea, hopeloos verknoeid. Het is me alleen in deze weken zo duidelijk geworden, dat ik geen een goede daad kan boeken die ik in dit korte leven heb gedaan en het is zuur, als je eenmaal over zoiets gaat piekeren. Waarom zeg ik jou dit allemaal, zul je zeggen, ik ken je maar zo kort en jij hebt me niet bepaald van een gunstige kant leren kennen.”
Een droge kuch deed hem even ophouden.
„Drink eerst voor je verder gaat,” zei Bea en ze reikte hem het glas melk met Emserwater aan.
„Dank je. Weet je wat zo gek is, Bea? toen ik jou voor de eerste maal zag, heb ik eigenlijk pas goed gevoeld, hoe ’n nietsnut ik ben en het gekste is, dat ik in jouw bijzijn altijd de behoefte voelde me nog beroerder voor te doen, dan ik al 'ben. Je hebt me met je hautain air gewoon razend gemaakt.” Hij bleef een ogenblik met gesloten ogen liggen, alsof het hem niet mogelijk was door te gaan. En aldoor hinderde hem iets, dat hij weg wilde hoesten.
„Het was als ik jou zag, of je me een spiegel voorhield, waarin ik m’n hele verplemperde leven weerkaatst zag. En altijd kwam dan weer de zucht om het nog erger te maken, alsof ik jou daarmee zou kunnen hinderen. Geef me nog even de melk aan, wil je? — dat hele plan om danseur te worden, was om jullie kliek uit te dagen, om jullie te laten zien, dat ik niet gaf om stand of rang. Het was allemaal bravour! èn onmacht, omdat ik tot niets beters in staat was. Gek van jalouzie was ik op Toet, het lelijke eendje, waar ik in Indië zo op neer had gezien en dat, toen ik haar terug zag boven me uit was gegroeid. Och, ze hebben het geen van allen geweten, niet vader, niet Maatje, niet Toet, wat er in me om is gegaan, sinds we in Holland zijn terug gekomen.”
Weer was er een lang zwijgen, waarbij Bea met ineenge-klemde handen, ten prooi was aan een heftige ontroering.
„Zo hopeloos minderwaardig heb ik me gevoeld en zo hevig heb ik me geschaamd, over mezelf in de eerste plaats,