io8
„Meneer Rienstra is violist en maakt deel uit van het Concertgebouw-orkest”
Dit laatste imponeerde mevrouw van Vliet. Ze nam aan, dat aan een instelling, waarvan zij al sinds haar trouwen lid was, geen minderwaardige krachten konden zijn.
„Hij is ons ook, net als u, door mijn ex-patroon aanbevolen,” schoot Jet haar laatste vuurpijl af.
„Zo, ja,” monkelde mevrouw, die het maar half vond, dat de man, die ze net even tevoren zulke strenge principes had toegeschreven, blijkbaar moderner was, dan zij.
Maar haar nieuwsgierigheid was bevredigd en dat was de hoofdzaak. Met een voor haar doen vriendelijke hoofdknik werd Jet beduid, dat ze het gesprek voor geëindigd hield. „Wat had ze?” vroeg Bea, toen Jet bij haar terug kwam. Onderweg had Jet bedacht, dat ze Bea net zoveel zou zeggen als haar goed toe leek, want Bea was heftig en zou woest worden als ze het hele relaas te horen kreeg.
„Informaties naar onze lichte gleufhoed,” lachte Jet. „Mevrouw was hem een paar keer in de gang tegen gekomen.”
„Ze heeft toch geen vues op hem?” deed Bea kwasi ongerust.
„Een rijke weeuw!” dolde Jet mee.
„Is ze overigens tevreden over ons „pesjon?” „Bausengewohn! ze vroeg of ik niet een contract kon maken voor de eerste 25 jaren.”
„Hou op! Stel je voor, Jet! zijn we een paar verzuurde juffertjes, die kamers verhuren!”
„Voor mij zal er wel niet veel anders op zitten.”
„Jij huwt met chocolade Reintje, help kijken. Ik vind jou net een meisje om het hart van Vrouwe van Vliet te gappen en daar zal het toch om gaan, als Rein huwen moet.”
„Dat ziet ze niet mis,” dacht Jet vermaakt.
„Wat doet Rein eigenlijk voor de kost?” vroeg Bea.
„Wat denk je?”