iog
„Belasting-ambtenaar of bioloog.”
„Net mis, hij is candidaat-notaris.”
„Net wat voor hem, hij heeft zelf iets van een oude acte!”
„Geliefde, wat overdrijf je weer schromelijk! Hij ziet er allemachies aardig uit. Hij moest alleen niet zo onder het sim van z’n mima zitten.”
„Jet, je hebt het te pakken! ik heb bepaald een aparte neus voor zulke dingen.”
„Dan ben je nu zeker verkouden. Zeg, heb jij de vishandel nog opgebeld?”
„Ja, engel! wat zeg je van zoveel nauwkeurigheid? ik vind het angstig! hij zal mooie, verse, dikke heilbot sturen. Mevrouw van Vliet kan smullen ! ”
„Heb je de prijs gevraagd?”
„Zelfs dat! bot 40 — schol dito — heilbot 50 — tong...” „Hou maar op, ’t is al lang goed. Je bent een bovenste beste en het zal je naderhand allemaal te pas komen.”
„Als ik met de lichte gleufhoed in de huwelijksschuit glijd ? je hebt gelijk, Jet, en we zullen je zeker vaak in dankbaarheid herdenken.”
„Intussen gaat het toch maar fijn,” zei Jet, blij gestemd, nu het geschil met mevrouw van Vliet bevredigend was afgelopen en ze niet het onderspit hadi behoeven te delven. „Als we nu nog de boven-voorkamer kwijt raken, zijn we de gouden haantjes.”
„Ik zal vanavond weer alle couranten napluizen en op de daarin voorkomende advertenties schrijven, want op recommandatie hoeven we niet meer te rekenen. Zeg, Jet, heb jij vanmiddag iets voor me te doen? als het kan wil ik graag een uurtje naar Toet gaan.”
„Al waren het meerdere uurtjes. Ik heb een makkelijke kokerel-dag en ga vanmiddag fijn op me dooie gemakkie de was nakijken en in de kast bergen.*’
„Dan zal ik met onbezwaard gemoed van deze scheune