io6
zou, had ze wel eens gedacht en een dochter — al was het dan ook maar een schoondochter — zou haar niet onwelgevallig zijn, maar het zou een meisje naar haar keuze moeten zijn en natuurlijk zou zij bij hun in komen wonen. Reindert zou het niet anders wensen, daar twijfelde ze niet aan.
Totnogtoe had geen vrouwelijk wezen Reindert’s hart in beroering weten te brengen. Trouwens, er kwamen niet veel meisjes bij haar, maar zo nu en dan brachten de dochters van haar broer wel eens logeetjes mee, doch nimmer had ze iets van een affectie van Reindert voor een van die meisjes kunnen bemerken.
En van de kant van die meisjes evenmin, — iets wat haar wel verbaasde, — want haar Reindert was — niemand zou het kunnen ontkennen een bizonder knappe man. Groot en slank, was hij met zijn fijne, regelmatige trekken, het evenbeeld van zijn overleden vader, die een aristocratische figuur, en de trots van zijn familie was geweest.
Dat haar Reindert iets weeks in zijn trekken had, wat er het echt mannelijke aan ontnam, zijn moeder zag het niet, zag alleen in hem de fijne aristocratie, die ook het wezen van haar man zo sterk getypeerd had. En nu zat daar over haar, eigenlijk haar hospita, al kon je met de beste wit van de wereld, dit meisje niet met die naam betitelen, en had haar, mevrouw van Vliet, min of meer op een behoorlijke manier op haar nummer gezet. Ze was een beetje overdonderd en wist niet zo gauw haar houding, die haar toch zo zelden in de steek liet, te vinden. Ze overwoog of ze maar niet kortweg zou zeggen, dat ze de volgende maand zouden vertrekken. Maar dan dacht ze terug aan alle misère, die ze met dienstboden had gehad, de rompslomp van het veel te grote huis, en, wat haar vooral zo bekoorde, aan de smakelijke wijze waarop Jet kookte en die haar herinnerde aan het koken van haar moeder. Dit allemaal op te geven voor zo’n futiliteit als dat juffie, daar dacht ze niet aan en voor de eerste maal sinds haar trouwen, haalde mevrouw van Vliet bakzeil.