102
zou maken. Toen verdwenen de twee meisjes, nadat Jet mevrouw nog ingelicht had, omtrent de tijden waarop de verschillende maaltijden gebruikt zouden worden.
„Poeh!” Bea blies en liet zich neervallen in een gemakkelijke stoel. „Een formele draak!” zei ze dan.
„Ja, meissie,” lachte Jet. „Dat zijn de risico’s van ons bedrijf! je dacht zeker, dat het allemaal zo van een leien dakje zou gaan!”
„Neen, dat dacht ik helemaal niet, maar je had me niet gezegd, dat mevrouw van Vliet zó’n frigidaire was en haar zoon zo’n pantoffelheld! Je zult nog eens wat beleven met dat stel, help kijken! ”
„Wees nou niet direct zo’n fox!” susde Jet. „Tenslotte was het niet zó erg en moet je de mensen nemen zoals ze zijn. Je hoeft niet veel met haar te maken te hebben. Als er wat te bespreken valt, zal ik er wel op af stevenen en in haar kamers behoef je niet te komen.”
„Ik denk er niet aan, om jou voor alles te laten opdraaien, dat zou een aardige opvatting van mijn taak zijn! We zullen samen manmoedig de oude draak te lijf gaan,” beloofde Bea.
Maar Jet vand het niet prettig, dat Bea op deze wijze over de oude dame sprak en verzocht haar een beetje minder heftig te zijn.
„Ik ben als was in jouw handen,” lachte Bea. „En als je het wenst, zal ik Vrouwe van Vliet vertroetelen als een eigen dochter het zou doen. After all geloof ik, dat ze in mij een groot gevaar ziet voor de gemoedsrust van haar zoontje. Zag je, hoe vals ze me aankeek?”
Jet schoot in een lach. Ze had eveneens de min vriendelijke blikken waargenomen waarmee mevrouw van Vliet Bea opnam.
„Ze hoeft helemaal niet bang te zijn voor d’r suikerdot! ik vind hem om op te schieten. Neen, dan onze lichte vilt-hoed! ik ben van plan hem de lekkerste beetjes voor te zetten, als je dat maar weet! en mijn liefste blikken zullen voor