216
„Welneen," zei Maarten, „we dragen ze samen. Vooruit, Chita, ieder aan een oor!"
En de mand met de kleurige bloemen tusschen hen in, aanvaardden ze den terugtocht.
Langs den achterkant van het huis wist Chita met haar bloemenschat naar binnen te sluipen. Ze had met Maarten afgesproken dat ze nog niets van het heerlijk nieuws vertellen zou, vóór Maarten er tenminste met moeder over gesproken had. En als Koos de mand met bloemen en de tak orchideeën in het vizier kreeg....!
Ze had nog net den tijd de bloemen in vazen te schikken en zich wat op te knappen, toen ze van haar raam uit de auto al zag aanrijden.
„Er zit nog iemand in,” zei ze, toen ze drie figuren ontdekte. „O, hemel, wie zou er bij zijn? valt onze heele fijne middag in duigen. O!” ze proestte, toen ze ontdekte wie de derde was. „Vader! ’t Kan niet beter! Vader komt z'n toestemming brengen! Natuurlijk op de laatste minuut besloten om mee te gaan. Als Vader maar niet zoo gewichtig doet. 0, wat zie ik er ineens vreeselijk tegen op, Ik heb zin om op te bellen dat we niet komen, Neen, dat houd ik niet uit, ’t Moet maar gaan zooals het gaat. Hallo!" ze liep naar het balcon en zwaaide naar hen toen ze uit de auto stapten. Dan rende ze in een vaartje naar beneden,
„Kind, wat zie je er toch best uit!" zei verheugd haar vader en dankbaar sloot hij haar in de armen.
„Ben je het wel?" lachte Titia. „En heelemaal niet