215
moet leeren loopen en die niet om de vijf minuten haar ondeugende neus poeiert en die je niet nog van top tot teen moet opvoeden. Nou, laat je weerspannige bol maar rustig tegen m’n schouder liggen, we zullen je wel opfokken tot een gezonde, stevige tuin-dersvrouw! gezond van binnen en van buiten. I k durf het aan! en ik weet, dat ik er nooit spijt van zal hebben. Vanmiddag als je moeder komt, zal ik een formeel huwelijksaanzoek doen, als je er op gesteld bent, trek ik zelfs een jacquet aan! Hoe is ie? En ga nu maar mee, vrouwe van de Plaats, anders kom je te laat voor je gasten. Wacht nog even, want ik moet Nelis nog wat zeggen."
Chita zag hem door den tuin hollen met sprongen als een jong veulen, net zoo uitgelaten en dol.
In haar hart was groote dankbaarheid.
„O, Maarten, wat zal ik mijn best doen om te worden als jij het van me verwacht,” zei ze zacht. „Om je niet teleur te stellen, om met je mee te leven je gezonde, natuurlijke leven, dat zoo verschilt van het mijne zooals het tot nu toe was."
Toen kwam Maarten weer binnen, in z’n hand een tak teer-witte orchideeën.
„Bij een bruidje hooren bloemen," zei hij teeder haar de bloemen overreikend en dan nuchter: „in onze eigen kassen gekweekt.”
Buiten wachtte Nelis hen op met een groote mand vol snijbloemen.
„Zal ik ze nu maar niet even op de fiets brengen?" vroeg hij.