Wending

Titel
Wending

Jaar
1934

Druk
1934

Overig
1ed 1934

Pagina's
227



211

king keek naar de prachtige hel-roode tomaten die tusschen het groen op den grond lagen, „Zoo, nu heb je ons fruit en de groenten gezien, nu de bloemen nog. En, o ja, Nelis, vóór ik het vergeet, snijd flink wat bloemen af, die neem ik mee en stuur je dan tweemaal per week bloemen naar het doktershuis? Dat heb je, geloof ik, den laatsten tijd niet meer gedaan, is 't wel?”

„Meneer had 't niet verordeneerd,” zei Nelis rustig.

„Dan zeg ik het nu eens en voor goed, da's gemakkelijker.”

Toen ze in Maarten's kamer zaten, onder het genot van een heerlijk kopje koffie, zei Chita: „Ik geloof dat er geen bloem is, die niet in jouw tuin staat. O, Maarten, wat een weelde."

„Houd je van bloemen?”

„Dol, gewoon.”

„Om ze op je kamer te hebben, hè? of op je mantel. Maar ze op te kweeken, voel je daar iets voor?”

„Dat weet ik niet. Je komt er in stad niet zoo toe. Wij hebben een aardigen tuin, met veel bloemen, die wordt onderhouden door een tuinman. Maar de planten en bloemen op m'n kamer verzorg ik dolgraag."

„Da's al wat gewonnen. Je moet maar eens iederen dag naar Duinwijck kuieren, dan kunnen wij je leeren bloemen te kweeken. Werken in de buitenlucht is zoo heilzaam. M'n zus en ik moesten van vader iederen dag minstens een uur in den tuin werken. Aagt spitte tegen een boerenjongen op,”

Weadiag.    14*

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.