210
Maar onmiddellijk was zijn aandacht weer bij een zakelijke vraag, die Maarten hem deed.
Even kreeg Chita, bij dit korte gesprek tusschen de beide mannen over verzending van fruit en groenten een glimpje te zien van Maarten als „bedrijfsleider", Ernstig, heelemaal vergetend, dat Chita wachtte, gaf hij Nelis aanwijzingen, als een geroutineerd tuinder.
Dan, plotseling weer op z'n gewone, opgewekte manier:
„Kom mee Chita, nu laten we je de broeikassen zien, onze trots en glorie, wat Nelis? Doe je mantel maar even uit, want ’t is er knap warm."
„O!" Chita gaf een kreet, toen ze in de eerste kas die ze bezochten, de druiven in weelderige trossen zag hangen.
„Wat een kanjers, hè?" zei Maarten en hij knipte een volle tros af. „Proef maar eens! ze zijn gestoofd door de zon. Maar heb 't hart niet de schillen of pitten op den grond te gooien, want dan ben je voor goed uit den pas bij Nelis."
„Ik zal effies ’n mandje halen," zei practische Nelis, „de juffrouw kan de druiven beter meenemen."
Het mandje werd gevuld met druiven en zacht-bedonsde perziken. Chita kon zich niet genoeg verlustigen aan de weelde in de broeikassen en stadskind als ze was, moest ze over al wat er groeide en bloeide ingelicht worden.
„Natuurlijk dacht je, dat tomaten aan een boom bengelden," lachte Maarten, toen Chita in verruk