HOOFDSTUK IX.
De tooneelzaal van „het Groene Duin" begon zich te vullen met de getrouwe leden van de Rederijkerskamer „Eendracht maakt macht”.
Er werden gemeenlijk in het winter-seizoen in deze zaal twee gezellige avonden gegeven, waarvan op een van de twee de niet altijd even beschaafde voordrachten van een derderangs komiek benevens eenige nummertjes van het fanfare-corps Neptunus werden ten beste gegeven, op den andere, een come-die-voorstelling werd opgevoerd van „Eendracht maakt macht”, waarvan de acteurs en actrices gekozen werden uit de dorpsgenooten, zoodat daardoor dit gezelschap bestond uit wel zeer heterogene krachten, De regisseur was een oud rederijker, die zich sinds eenige jaren in het dorp als slager gevestigd had en wien, toen hij nog in stad woonde, vele successen als rederijker ten deel waren gevallen, Zijn breede borst prijkte op zulke avonden met de door hem behaalde medailles en de goegemeente zag met eerbied op naar deze bewijzen van 's mans talent. Want Barger, d i e kon speulen, Heere jennig, dat was me 'n rederijkertje! H ij was dan ook de man, die op bruiloften en partijen, jubilea en begrafenissen uitgenoodigd werd om te „spiesse”.