177
Maarten genoot bij het luisteren naar de twee meisjesstemmen.
„Nu moet je ’t alleen doen," hoorde hij Chita zeggen.
„Dan kan ik ’t vast niet,” zei Marijtje.
„Vooruit, bange haas! je kunt ’t best. Perruque blon-on-on-on-de...."
En Marijtje galmde:
„Perruque blon-on-on-on-de, pour tout le ron-on...
„Mon... .on... .on... .de," verbeterde Chita.
„O, krimmeneziele!" schrok Marijtje. „Zie je nou wel, dat ’t niet gaan!"
„’t Gaan best!" lachte Chita. „Toe maar, nog eens."
Marijtje begon weer:
„Perruque blon-on-on.... de, pour tout le mon-on-on.... de, perreque soewaar, pout tout le noeaar "
Chita kon zich niet langer goed houden en schaterde het uit en van buiten hoorden ze een bulderend gelach en voetstappen die zich haastig verwijderden.
„Wat nou?" vroeg Marijtje verbaasd en ze holde naar het raam. „Da’s vast Maarten, ik hoor ’t an z'n sigarenkissies!" en zich uit het raam buigend schreeuwde ze: „Ik hêt je best' zien, hoor!" Maarten hoorde haar roepen en hij kwam terug, nog schaterend, en het raam binnen wippend, zooals zijn gewoonte was, smeekte hij:
Wending: 13