176
articuleerend, leerde het meisje de juiste uitspraak.
Marijtje, die een uitstekend gehoor had, en vlug iets leerde, zei haar de woorden al heel gauw zonder fouten na.
„Heere, Heere! wat zul' ze oogen opzetten, as ze me Fransch hooren parrelefinken!" jubelde Marijtje. „Zoo mooi kan bovenmeester 't geeneens, juffrouw!"
Toen zette Chita zich aan de piano en zong haar het liedje voor.
Marijtje sloeg de handen in een. „Wa' toch een mooie stem de juffrouw heeft!" bewonderde ze. „De juffrouw ken nou toch puur van alles!”
„Vooruit, mal wezen, krijsch!” lachte Chita.
’t Was al donker in de kamer en Chita stak de kaarsen bij de piano aan. Het raam stond open en ervoor, ongezien door de beide meisjes, op den raampost leunend hing Maarten, en z’n oogen keken in verrukking naar het zwarte en het blonde hoofd in den schijn der flakkerende kaarsen.
Chita en Marijtje! Chita, zingend met een kind van z ij n dorp!
Een warm gevoel doorstroomde z'n hart.
Wat 'n gezegende inval van 'm om nog even langs het doktershuis te loopen en naar binnen te gluren.
Nu kreeg hij een Chita te zien, zooals hij die nog niet kende. Oppassen, dat ze hem niet zagen. Chita zou in staat zijn direct met zingen op te houden, trotschkop die ze was. Hoor Marijke haar best doen op het Fransche liedje; d'r mond staat er niet naar. Kostelijk!