173
Ze wist nu ook hoe het kwam, dat bij al wat ze deed, haar eerste gedachte was: wat zou Maarten ervan zeggen? eigenlijk was al haar doen en denken op hem gericht van het eerste oogenblik af, dat ze hem van het duin naar beneden had zien rennen.
Liefde op het eerste gezicht! ze had er om gebruld, als een van haar kennisjes haar zooiets vertelde.
Nu wist ze, dat het bestond, al wilde ze zichzelf niet eens toegeven, dat het liefde was.
Als ze al haar onzinnige flirtjes vergeleek met het hooge mooie gevoel van nu, wat leek haar dan dit zouteloos geflirt belachelijk. Het bracht niets moois, het maakte je niets beter.
Waren Titia en Eef misschien daarom zulke eenvoudige, prettige meisjes, omdat ze wars waren van al het leeg gedoe, waaraan zij van haar H.B.S.-tijd af, zoo lustig had meegedaan?
Niets dan kwaads was er uit voortgevloeid, een zucht om te behagen, te pronken met al haar mooie toiletten, de zorg voor haar uiterlijk, en verder niets. Een felle egoïste was ze, die uitsluitend dacht aan haar eigen onbelangrijke persoontje, geen andere zorg kennend, dan zooveel mogelijk veroveringen te maken en er bekoorlijk uit te zien.
O, als ze er nu op terug zag, dan schaamde ze zich over het leege leven, dat ze had geleid. N u kon ze werken, hard en zonder ophouden, nu ook las ze boeken, die haar tot nadenken brachten en nu was het ook, dat de zorg voor haar uiterlijk op den achtergrond werd geschoven.