170
zich dood ongelukkig gevoeld en het liefst was ze vóór dag en dauw naar huis terug gegaan.
Maar juist dien volgenden dag was moeder gekomen en die was den geheelen dag gebleven en ze hadden het fijn samen gehad, ongelooflijk fijn!
Waarom had ze plotseling zoo’n belang gesteld in moeder's jeugdverhalen? Waarom had ze moeder gevraagd, hoe vader en zij elkaar toch leerden kennen?
In een duinpan hadden ze gezeten, Chita’s hoofd