164
den te bezoeken en u weet niet half, hoe een vreugde 't me is, overal m'n pijp bewaard te vinden. Mag ik 'm opsteken, dames? Hij lonkt me toe uit het rek. 0, maar misschien hindert het juffrouw Weldam en gaat ze hoesten als ik damp?"
,,In 't minst niet,” zei Chita en ’t was de eerste maal sinds hij er was, dat ze opkeek van haar breiwerk.
„Bij 't open raam met je pijp," commandeerde dokter. „Zoo, damp nu maar raak."
„En vertel me nu eens alle belangrijke gebeurtenissen, die er plaats vonden tijdens m'n afwezigheid," vroeg Maarten. „Sijmpie heeft me wel aardig op de hoogte gebracht, maar dit betrof meer het aantal „k'nainen" en kippen, die het tijdelijke met het eeuwige verwisselden, dan andere wereldschokkende gebeurtenissen."
„O, is Sijmpie alweer bij je geweest?" lachte mevrouw dokter.
„Ja, hij wachtte me bij m'n komst op, nog leuker, nog brutaler dan ie al was."
Chita's breipennen rammelden en Maarten had een binnenpretje. „Ze kan het jong niet zetten," dacht hij en hij betrapte er zich op, dat hij eigenlijk al dien tijd naar het gebogen hoofd had zitten kijken, naar de glanzing van het ravenzwarte haar, de sierlijk gebogen halslijn,
„Hij is grappig, niet waar, juffrouw Weldam? Was ie gisteren niet om te gappen, toen ie u vroeg van die reepen?" en Maarten, Sijmpie imiteerend, vertelde het verhaal van dien morgen.