163
„Op die laatste Noordpool-expeditie heb je nogal pech gehad,” zei dokter. „Is je been weer geheel in orde?”
„Neen, niet heelemaal. 't Wordt tijd, dat u 't eens onder behandeling neemt. U redt m'n been en ik uw serre. Met gesloten beurzen, dokter!”
„Top! zeg Maarten, wanneer vertel je ons van die laatste reis? je begrijpt, dat we er naar snakken weer een en ander te hooren.”
„Mijn belangwekkende verhalen?” Maarten keek spottend naar Chita. „Och, dokter, die zijn heusch niet zoo interessant. Maar ik heb de Engelsche couranten bewaard, daar heb ik kolommen in vol gekalkt en u kunt er den heel en boel uit lezen.”
„Och Maart’n toch,” zei Koos spijtig. „Ik lees geen Engelsch! toe, vertel nou!”
„Ik zal 't wel voor je vertalen, Koos,” zei Ella Marens voorkomend.
„Ik mag uw artikelen toch ook wel lezen, meneer van Oosterwijck.
„Met genoegen.”
„Dan leest Ella ze, al vertalend, voor,” zei mevrouw dokter. „Want, ik zie 't al weer. Maarten, je schijnt geen zin tot vertellen te hebben. Maar we krijgen toch zeker wel een lezing met lichtbeelden? dat zul je de dorpelingen, die er zich al zóó op verheugen toch niet onthouden?"
„Moeke dokter, ik ben er pas!” lachte Maarten, „Vergeet niet, dat ik 't heele dorp eerst rond moet. Een heel jaar verheug ik me er al op de oude vrien-