158
Vlug kleedde ze zich aan en lang stond ze voor de kleerenkast om er een japon uit te halen, een, die haar bizonder flatteerde.
Met zorg schikte ze het lokkig haar en ze betrapte zich er op, dat ze hoopte Maarten beneden te vinden, Maarten in trui en broek.
Maar toen ze beneden kwam vond ze er geen Maarten, alleen een handwerkende vrouwen-kolonie.
„Zeg, schoone slaapster, ik was tweemaal in je kamer om je voor de thee te roep'n, maar je sliep als een roos."
„Ik ben heelemaal verkwikt," zei het meisje, maar in haar hart was wrevel, dat Maarten er niet was.
„Ik ga nog wat werken," was het, toen ze de thee had genoten en weer ging ze terug naar haar kamer. Ze pakte haar briefpapier en pende haastig:
Dear Tommy,
Als je hoort dat ik vermummi’d ben, schrik dan niet, Ik heb spleen! 't Is hier grijs van verveling. Ik slaap, eet, lig, werk Engelsch, lees, that’s all. Arme Chita moet afleiding hebben. Tom! — kom!! en race in je two-seater hierheen om me te schaken. We gaan dan fijn wat rijden en ergens heen waar licht en dans en muziek is. Zeg niets thuis, want dan schreeuwen ze ach en wee! Ik voel me o. k. en ben zeker honderd pond aangekomen.
Bye Tom!
Chita.