155
„Geen van beide!"
„Nou, dan niet!" en als een pijl uit den boog vloog Sijmpie weg.
Maarten wendde zich van haar af en tuurde naar de zee.
Chita pakte haar boeken en plaid op en was net van plan haar stoel ineen te vouwen toen Maarten opsprong en den stoel voor haar ineen klapte.
„Moet u al weg?"
„Ja, er wordt om half één geluncht en ik moet me nog verkleeden."
„Deftig geworden in huize Boomstra,” spotte hij. „Men drinkt pr geen koffie, men luncht, en men kléédt zich voor de lunch! Ik zal niet meer durven verschijnen zooals ik er vroeger te allen tijde inliep, zoo gewoon maar in trui en broek. Maar m'n goede Boomstra's zijn toch niet veranderd?”
„Neen, die zijn waarschijnlijk wel gebleven zooals ze waren! Ik kan me tenminste niet voorstellen.
„Dat ze nog on-moderner waren dan nu?” z’n grijze oogen kregen een staal-harde uitdrukking.
„Dag meneer van Oosterwijck,” groette Chita een beetje kort.
„U kunt veilig in trui en broek uw opwachting komen maken en doet u het maar gauw, want de heele harem plus de sultan snakt naar uw belangwekkende verhalen!"
Ze wilde den toegevouwen stoel van hem overnemen, maar hij, met stuursch vertrokken mond, droeg dien voor haar naar de schuur,