154
Maarten, met gewoonte-gebaar wilde geld uit z'n broekzak opdiepen.
„Harre]ennig!” Sijmpie kromp in elkaar van den lach. „Je hêt toch geen geld in je badpak!"
Maarten schoot in een hartelijken lach.
„Haal het maar uit m'n broek in de schuur! Zeg maar aan Neel dat ik je stuur.”
„Twee melk en twee gevulde?”
„En de juffrouw dan, krijgt die niets?"
„Die hêt sukkela van d'r eiges. Op de tennisbaan had ze suk kanjers van reepen."
Maarten proestte het uit.
„Sijmpie, je bent nog lang geen ridder. Vooruit, haal zes reepen, en vlug, want ik rammel van den honger."
„Mot ze gevuld of melk?” vroeg Sijmpie, die een plotselinge antipathie tegen Chita had opgevat nu ze hem een stukje van de kostelijke uurtjes roofde, die hij met Maarten dacht door te brengen.
„Zeg es, vriend, een beetje beleefder kan wel."
Sijmpie kreeg een kleur als een pioenroos. Een berisping van Maarten was iets dat hij zich heel erg aantrok.
Met z’n vriendelijkste gezicht keek hij Chita aan en berouwvol vroeg hij:
„Mot u mê van die lekkere mangels d'r op of mê mellek?”
Maarten's oogen knipten naar Chita, ze vroegen:
„Is ie niet kostelijk?”
Maar Chita, zei snibbig: