133
hypnotiseerd scheen door den ketting aan Chita' s hals.
„Ja,” zei Chita, „hij is antiek, mijn overgrootmoeder heeft hem nog gedragen.”
„La-la.... la la.... a.... a.... a....!” kweelde Ella.
„Dat mensch kan me toch zoo irriteer'n met d’r lalalala! 't Lijkt net een kanariepiet!” zei zacht weer de Groningsche.
„Houdt u van muziek, juffrouw Weldam?” vroeg Ella Marens en ze keek door half toegeloken oogen naar Chita.
„Heel veel/'
„Speelt u piano?”
„Zeg neen, mensch, anders heb je geen lev'n,” fluisterde Koos van Veen.
„Ik speel erg middelmatig,” zei Chita, waarop Ella haar liefjes toeknikte en zei, dat ze haar wel eens begeleiden mocht.
„Ze moet rust'n!” beet Koos de prima-donna toe en terwijl ze zich vertrouwelijk naar Chita boog, zei ze vertroostend:
„Ik heb 't ook aan de long'n gehad. Ieder jaar krijg ik weer een lichte herhaling, dan moet ik rust'n en et'n. Flink vet mest'n, vet om de long’n, anders krijg je "
„Koos, Koos,” lachte mevrouw Boomstra, „Wat ben je weer bezig. Juffrouw Weldam, u moet maar niet naar haar luisteren, Koos doktert graag 'n beetje, nietwaar Koosje?”