208
span en daar zullen we de heele kluit op inviteeren en dan zal ik ze allemaal versteld doen staan over m’n huishoudelijke talenten.”
„Da’s een pracht idee! Ik geef je een extra toelage voor het feest!”
„Ik ga in de toekomst concurreeren tegen de jonge mevrouw Bremer!”
„Als je dan maar je atelier niet vergeet, Corre-kind. ’t Is bij jou altijd hollen of stilstaan!”
„Geen nood, meneer! Ik ben uitgeraasd! Je hebt een lam inplaats van een vrouw. Ik zal het weten te bestaan, dat ik een juweel van ’n huissloof word plus een niet al te onverdienstelijk klodderaarster! Ik zal, o, edele heer en meester, in het gareel loopen als een mak peerdebeest!”
„Als je altijd blijft zooals je nu bent, dan voel ik me een millionnair!”
„Nou, Croesus, ik ga thee zetten, maar geef me eerst nog ’n zoen, want ik heb er nog heel wat te goed van de laatste weken.”
„Je krijgt ze,” lachte hij, „en... met interest!”