gezellin en draagt een grooten flambard, die als geknipt voor het doel is.
En inderdaad! — Ditmaal lukt het. Door een geheimzinnige macht wordt hem plotseling den hoed van ’t hoofd gerukt.
De dame, niet wetende wat er gebeurt, stoot een angstkreet uit.
„Wat is dat?” zegt de man vol verbazing.
a.
„Daar begrijp ik niets van.”
„Wat gebeurde er dan?” vroeg zijn vrouw.
„Ja, als ik dat wist,” zei mijnheer, peinzend over ;t gevaL
„En ’t was toch volkomen wind-stil.”
Beteuterd raapt hij z’n hoofddeksel op en voelt met zijn hand in de lucht, maar hij grijpt in een ijle ruimte.
„Dat is me een raadsel,” zegt hij.
„Ik vind ’t bepaald griezelig,” huivert mevrouw.
44