werd dien avond een gulden negen en vijftig en een halve cent apart gelegd voor de afscheids-fuif.
En zoo vinden we de heele club dan terug op het stukske grond, dat al zoo menig keer getuige was van hun jongensstreken, n.1. het weiland.
„We zullen eerst vreugdevuren ontsteken,” zegt Ambro.
Hij pakte al wat hij aan papieren en vodden vindt bijeen en gooit het op een hoop.
Nu worden er houtjes gezocht en met behulp van de noodige lucifers, die Ambro voor dit doel had meegebracht, wordt het vuurtje aangestookt.
Als het eindelijk lustig brandt, dansen de jongens er in woesten krijgsdans om heen.
„Vooruit jongens, nu gaan we al het lekkers opeten,” zegt Chris plotseling.
„Lekkers?” vraagt Karel verwonderd.
„Wachten,” gebiedt Ambro. En dan gaat hij op hoogdravenden toon voort:
„Laat mij, roovers van het Hol van Kaan, wier hoofdman ik ben, nog éénmaal als medescholier het woord tot jullie voeren.
Wij zijn hier bijeen gekomen, om het afscheid te vieren van onze geliefde en hooggewaardeerde lagere school. Over een week zitten we allen te zweeten op een H... h... h... oogere School. Dan zullen we aan den lijve voelen wat werken heet. Totnogtoe hebben we pret gehad en óók wel es gewerkt, maar daar, geloof me, zullen ze ons mores leeren.
Laten we, terwijl we al de lekkernijen opbikken,
16 241