En temidden van dit tumnlt rolde eensklaps „Oome Janes” door een vreeselijken ruk voorover, en sloeg met z’n armen op tafel, midden tussclien de bordjes met poffertjes.
De woede en de verbazing van de omstanders is niet te beschrijven. En tusschen al die woedende menschen zat Oome Janes met een onnoozel gezicht te kijken, terwijl hij mompelde:
„Hè, hè ... is da... slape!”
De jongens vlogen als een pijl uit den boog weg, achterna gezeten door een der mannen van het gezelschap. Ze waren hem echter te vlug af en de man gaf den wedloop dan ook spoedig op.
En zoo eindigde de eerste kermisavond der vier bengels.
Dat er de verdere dagen nog een aantal streken uitgehaald werden dient geen betoog.
Toen ze op den laatsten dag echter hun kermispot nakeken, bleek het, dat ze al hun geld nog niet verteerd hadden.
„We zijn zuinige pantalonika’s geweest,” zei Ohris.
„Nou alle centen van avond stuk slaan?” vroeg Piet.
„Neen,” zei Ambro. „Ik weet wat leuks. Laten we de helft van de spiejen nu bewaren om Karel, Paul en Wim te fuiven als ze terug zijn. We vieren dan meteen ons afscheid van de lagere school. Want al blijft de bende bestaan, we waaien toch verschillende kanten uit.”
Ze waren er alle drie voor te vinden en er
240