Het hol van Kaan

Titel
Het hol van Kaan

Jaar
1919

Pagina's
253



„Ja, hij gooit zoo beroerd,” zegt Ambro. „Trouwens, ik ben ook niet altijd zeker.”

En meteen raakt een worp van Ambro den man pardoes op z’n neus.

Onnoodig te zeggen, dat na dit offensief de jongens beenen maakten.

In een regen van Duitsch-Hollandsche vloeken verlieten de jongens in vollen draf de kraam, nagestaard door de wezenlooze oogen van Papus en het nog na-trillende hoofd van Paul Kruger.

„Hoe was-ie?” vraagt Ambro, als ze veilig in een poffertjeskraam aangeland zijn.

„Als altijd — van de bakker!”

„Vier pof, vier van de pan!” gilt Piet hun bestelling naar den kellner. De kraam is overvol en de jongens konden maar net per toeval nog een leeg hokje vinden.

„We zullen nog wel even moeten wachten op ons voer,” zegt Chris.

Ambro is op de bank geklommen en kijkt over het schotje om te zien wie hun buren zijn.

’t ls een groot gezelschap van mannen en vrouwen, die de grootste pret hebben, op één na, een man, die blijkbaar te diep in het glaasje gekeken heeft en nu in een hoekje zit te dommelen.

Telkens wordt hij wakker geschud door elleboog-stooten van de juffrouw naast hem, die zachtjes zegt: „Toe nou Janes!” waarop hij dan knorrig: „la’-me met rust,” bromt.

In Ambro’s vindingrijk brein rijpt alweer een mooi plan.



237

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.