Het hol van Kaan

Titel
Het hol van Kaan

Jaar
1919

Pagina's
253



De jongens staan nu voor een vierkant gat in den muur, ongeveer een meter boven den beganen grond.

Het schaarsche licht, dat door een raampje valt, maakt, dat ze nog net kunnen zien, waar ze zich bevinden.

„Hier moeten we inkruipen” zegt Ambro. „Maar pas op, dat je je kop niet stoot, ’t is hier bar laag.”

Achtereenvolgens kruipen ze nu door het gat.

„Een mooie boel hier,” gromt Chris. „Waar kruip ik eigenlijk over heen? Kolengruis of zand?”

„Dat zal je wel zien als je weer buiten bent,” zegt Ambro en hij waarschuwt voor een gaspijp, die dwars over hun weg ligt.

„Zoo zullen we er nog een heeleboel tegen komen,” zegt hij.

„Waar ga je eigenlijk naar toe,” roept Karel, die evenmin als Chris erg veel pleizier schijnt te hebben in dit duistere avontuur.

„Nog veertig meter ongeveer moeten we vooruit kruipen, dan komen we uit de benauwenis en vinden ais belooning voor ons ploeteren een heelen stapel kogelfleschjes.”

„Hij zeit wat!” roept Chris ongeloovig.

„Op me woord van eer,” zegt Ambro.

Dit „prikkelende” vooruitzicht doet de jongens verder zonder morren hun weg vervolgen over stof en kolengruis, gaspijpen en glasscherven en dat alles, kruipend op hun buik in volslagen duisternis.

„We zijn er haast,” zegt Ambro.



151

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.