ongewone stemverheffing. „As-t-ie dood moet, best, maar dan ineens.”
Ze zien hem daar ineens, bleek en klein tegen den muur gedrukt staan.
„Bah! hij is bang,” zegt smalend Chris.
„Dat ben ik niet,” zegt Paul heftig.
„Maar ik vind jullie laf. Je hebt m nou toch gepakt, laat m nou weer los.”
Deze woorden van Paul hebben de jongens toch
even tot kalmte gebracht, en de rat heeft deze tijdelijke rust benut om onder de cape weg te schieten en vliegensvlug in zijn hol te verdwijnen. „Hoe was ie?” vraagt Chris zegevierend.
„Nog een keertje,” roept Karel.
„Dèt kê-je denken,” antwoordt Chris. „Nou duurt ’t uren voor-ie weer komt.”
„Paul kijkt er beteuterd van,” zegt Ambro. „Jij
148