180
iets te koopen. Als er iets overblijft mag je dit besteden aan toffees, IJsco’s of bloemen voor jezelf.
Dag brave papaver! een stevige handdruk van
je Hans.
..Is ie niet kostelijk?” vroeg Mieke toen haar moeder, lachend, den brief terug gaf.
„Ja,” gaf ze toe. ,,’t Is een grapjas. Maar wat een vlinder-natuur.”
„Daar kunt u niet bij, hè, moeder? ik ook niet. Maar toch is ie een alleramusantst type, waar je niet kwaad op kunt zijn. Eigenlijk is het een zelfde natuur als Jenny. Ze willen het goede wel, maar ze kunnen niet en altijd worden ze weer door vriendjes meegesleept. Ik moet steeds aan Jenny denken. Ze zag zoo tegen dat eerste uitgangetje op.”
„Als ze daar niet tegen bestand is, m’n kind, dan vrees ik voor haar blijvend huwelijksgeluk.”
Hansje werd met een vroolijken kraai wakker.
„Moeder, kijk eens, ze is wakker, de dot!”
De twee vrouwenhoofden bogen zich over het wagentje.
Hansje’s donkere oogen schitterden hen tegen en de twee kleine vuistjes schermden vroolijk door de lucht.
„Lijkt ’t niet een kind van ’n half jaar?” vroeg Mieke vol trots.
Hetgeen haar moeder beaamde.
„Nu ligt ze een poosje zoet rond te kijken en dan druilt ze weer in. ’t Is heusch een toonbeeld van braafheid.”
„Misschien zal ze Jenny leeren wat het zeggen wil zoo’n schat te bezitten.”
„Ik hoop het,” zuchtte Mieke.
Toen Hansje dien middag afgeleverd werd, vertelde Nini vol blijdschap, dat ze er weer eenige kinderen voor haar koorklasje bij gekregen had.