174
„Ik ben niet gerust,” dacht ze.
„O, wat lijkt het me een angstig bezit toe, zoo’n peuter. Zou Nini een ongeruste moeder zijn? Totnogtoe is Hansje zoo gezond als een visch geweest, maar als ze eens iets ging mankeeren....” — Weer gingen haar blikken naar de slapende baby.
^ Mams.
ftiAjzÊiao«
Moeder, kom eens gauw, Hansje doet zoo raar!
„Jakkes, ze doet erg raar vandaag.
Ze zal toch niet
ziek zijn? Zou ik met haar naar huis gaan? Maar dan schrikt Nin zich een aap!”
Mieke nam het boek op, dat ze bij zich had, trachtte rus-