156
„Mevrouw Rety vindt het heerlijk als iemand zich over Hansje ontfermt.”
„Wat ’n ontaarde moeder! kan ze niet zelf voor het wicht zorgen?” stak Jenny er den gek mee.
„Dat kan ze heusch wel en ze is er veel handiger mee, dan ik eerst dacht. Maar de kwestie is, dat mevrouw weer wil studeeren en dat kan ze niet rustig doen als er niet iemand is, die met de baby uitgaat. Kijk, Mevrouw, daar ligt nu een arbeidsveld voor u open.”
„Maar waarom moet mevrouw studeeren, juist nu ze een baby heeft?” verwonderde Jenny zich.
De zuster wisselde een blik met Mieke. Zou ze? Mieke knikte haar bemoedigend toe.
„Ja, weet u,” zei ze dan langzaam, „de finantieele toestand in den huize Rety is niet zoo rooskleurig. En nu heeft mevrouw besloten, teneinde haar man rustig te laten doorgaan aan het groote werk waarmee hij bezig is, weer zangles te gaan geven.”
„Hier? zou haar dat lukken?” vroeg Jenny.
„Hier en in de omliggende plaatsen. Is het niet flink van mevrouw?”
„Ja, dat is het zeker. En kan dat samen gaan met de ver-l^yrging van het kind?”
„Als we allemaal meehelpen zeker. En dat zullen we, hè Mieke?”
„En öf! ieder draagt z’n steentje bij,” lachte Mieke. „Hansje wordt onze gemeenschappelijke baby.”
„Ik heb geen lor verstand van zoo’n klein kind, maar ik wil er best iederen dag mee uitgaan.”
„Prachtig, mevrouw!” zuster klapte blij in de handen. „We zullen een prima kinderverzorgster van u maken.” „Tenminste iets om hoopvol tegen aan te kijken,” lachte Jenny.
„Ik geloof ,dat ik op weg ben om een degelijke vrouw