dat het ’t juiste gevoel voor de muziek toonde. Haar vorige lerares had wel eens zacht gezegd:
„Zit toch rustig als je speelt,” maar van wat die zei had ze zich immers nooit wat aangetrokken. Het was zuur, dat Anne-Marie — zoals Riek en zij haar heel familiaar onderling altijd noemden — haar nu misschien uitlachte. Ze had erg veel zin om na deze les helemaal niet meer terug te komen, ze liet zich uitlachen noch bedillen. Maar er was iets in die Anne-Marie, dat maakte, dat je het toch niet aan zou durven om zo zonder meer van de les weg te blijven. Wat kon ze je strak en soms weer zacht aankijken! Ans had nog nooit zo iemand meegemaakt. Riek had wel gelijk als ze zei, dat het een heel bizonder mens was.
„Nu, meisje,” zei Anne-Marie op vriendelijke toon. „Als je er op gesteld bent les van me te krijgen, dan moet er héél wat veranderen in je spel. Het is wel hard om het je te moeten zeggen, maar van je handhouding deugt niets. Die heb je natuurlijk verwaarloosd in de tijd, dat je geen les meer had,” zei ze haastig, want schoon ze niet wist wie de vorige lerares was, vond ze het oncollegiaal haar manier van les geven af te keuren. „Het zal een hele toer voor je zijn om je handhouding zo te krijgen als ik het eis van mijn leerlingen en ik vrees, dat het je zal gaan vervelen, al die wat saaie oefeningen. Maar het is de enige weg om te gaan spelen zoals het behoort. Je kunt nu nog kiezen, Ansje! Heb je geen zin in de studie, zoals ik wens, dat je doen zult, dan is het beter er niet aan te beginnen.”
„Wel, alle mensen,” dacht Ans. „Ik geloof, dat ze me netjes kwijt wil, maar dat zal d’r lekker niet meevallen. Als ik het wil, kan ik die akelige oefeningen, die ze me vast wel geven zal, onder de knie krijgen. Ik heb echt zin haar nou eens te laten zien, dat ze toch een beetje te min over Ansje heeft gedacht.”
„Daar broeit wat,” dacht Anne-Marie vermaakt. „Ik geloof warempel, dat ik op de eerzucht van het verwende
Het Muizennest. 7
97