bij is! Ze hebben het allemaal te pakken van „die schat van een Anne-Marie!” En als u op uw gewone minzame — mooi woord, hè — wijze vraagt of het de lieve medebe-woners-en-sters niet hindert als u één, heus maar één les, hoor, lieve mevrouwtje, aan huis geeft, dan knikken ze al ja vóór u nog uitgesproken heeft, mijn kop af!”
„Riekert, je bent het leukste deerntje, dat ik nog ooit in mijn leven ontmoette. Als je zo blijft, dan zullen we gauw weer eens gezellig quatremains spelen. Ik heb het deze week zo vreselijk druk. maar de volgende week...”
„Beloof me maar niets, er zullen wel de nodige afspraken op de agenda staan en dan komt arme Riek toch weer in ’t gedrang!”
„Neen, hoor,” lachte Anne-Marie. „Deze keer wordt „de volgende week” niet weer telkens verschoven, maar krijg je heus je beurt. Nou, ik zal dan maar genade voor recht laten gelden en op jouw verantwoording die ene les aan huis geven. Maar meer concessies doe ik niet, al kom je met nog zoveel vriendinnen en Clubgenoten.”
„Zoet maar, Riek zal niets meer vragen en ik had het ook niet gedaan, maar ik geloof, dat Ans je een reden heeft dit zo graag te willen en misschien helpen uw lessen haar een beetje meer vrede met zichzelf èn een ander te krijgen.”
„Riek, ik geloof, dat jij een lieverd voor al je vriendinnen bent.”
„Och, neen, heel gewoon, maar als ik ze met iets een pleizier kan doen, waarom zou ik dat dan niet doen. En ze zijn voor mij ook zo echt aardig. Warempel waar, ze doen altijd wat ik prettig vind en zo is het eigenlijk altijd geweest. Ja, tante Anne-Marie, Riek is een bevoorrecht wezen! ”
„Dat ben je,” dacht Anne-Marie, terwijl ze naar haar kamer ging om de brief van mevrouw Denekamp te beantwoorden. „Al was het alleen maar, om het zonnige, dat in
93