„Ben ik dat?” vroeg Ans en er was een blije klank in haar stem.
„En of, zeg! En ben je dan geen school- en Clubgenote? Kan ’t nog dikker? Ik heb Anne-Marie al enige keren gesproken. Ze is een finale dot! Zo gewoon en ge-noegelijk, zo net een mens, dat in ons husje past. Ze zijn thuis allemaal weg van haar! Ze komt zo knus bij ons in de huiskamer zitten en het is al net zo’n plaaggeest als wij allemaal zijn. Zeg, tante Do heeft laatst op een avond net zo lang gezeurd, tot ik wat voor Anne-Marie zou spelen. Nou, ik kan je zeggen, dat m’n hart subiet in m’n schoenen was gekropen en ik maakte eerst fouten als koeien! Maar naderhand ging ’t een beetje beter en ze was nogal tevreden, geloof ik. Zo af en toe — als ze tijd heeft — zal ze eens quatre-mains met me spelen. Enig, gewoon.”
„Ja, fijn zeg! Ik ben van plan hard te gaan studeren en als ik dan weer een beetje opgeschoten ben, wil je dan geregeld quatre-mains met me spelen?”
„Nou, geregeld, dat durf ik niet te beloven, want ik heb met Nita ook al afgesproken samen muziek te maken en dat doe ik zo dolgraag, want viool en piano vind ik zo mooi en Nita speelt enig, vin-je niet?”
Ans deed haar best een felle aanval van jalouzie te voorkomen.
„Ja, ze speelt goed,” zei ze kort.
Riek keek haar aan, zag het strakke gezicht en begreep.
„Zit ik daar toch tussen twee zulke jaloerse en verwende schapen,” lachte ze stil voor zich heen.
„Nou, maar dat neemt niet weg, dat ik heel graag quatre-mains met jou zal spelen,” zei ze hartelijk en dat was genoeg om Ans voor de hele dag weer blij te maken. Toen Riek daarbij nog de stellige belofte gaf, dat ze juffrouw van Meerlen zou vragen een uitzondering voor haar te maken, was Ans minstens in de zevende hemel.
„Vreemd is het,” lachte Riek, toen ze in de klas gebogen
9°