eens zo waarschuwend in onszelf voelen haar toch geen rust.
„Als ik maar wist, hoe Riek het aanlegt, om zich bij iedereen bemind te maken?”
„Ze doet er geen moeite voor, het zit in haar,” zei het tikkertje.
„O, maar dan kan ik er ook niets aan doen, dat ik niet zo ben,” verontschuldigde Ans zichzelf.
„Dat is de kop in de veren steken, Ansje! Je weet drommels goed, dat we een wil gekregen hebben om die te gebruiken. En als jij je nu eens ernstig zou voornemen, om wat voor anderen over te hebben en wat minder jaloers te zijn en niet zo gemakzuchtig en meer tevreden met al wat je hebt, dan zou het er heel wat prettiger voor je uit gaan zien.”
„Dat hèb ik immers geprobeerd, ik ben met de beste voornemens naar Riek gegaan, maar toen het kind de Kruyf weer zo haantje de voorste wou spelen en zo hatelijk werd ...”
„Zij was niet hatelijk, zij wilde geen no. I zijn. ..”
Zo was de samenspraak van Ans en haar geweten en het was de eerste keer in haar leven, dat ze de dingen in hun ware verhoudingen zag. Het maakte haar opstandiger nog, ze wilde immers de verongelijkte zijn en er niet aan herinnerd worden, dat ze de schuld bij zichzelf te zoeken had!
Dien middag, aan tafel, was Ansje stil en haar ouders, ingelicht door Oma, stelden alles in het werk om haar wat op te wekken, echter zonder enig resultaat, want Ans bleef in haar zwijgen volharden. Deze keer was het niet een poging van haar om de aandacht op zich te vestigen, of om iets van haar ouders gedaan te krijgen waar ze haar zinnen op had gezet. Ans vocht met zichzelf en zocht naar een weg om weer dichter bij Riek te komen.
„Moeder?” zei ze plotseling. „Zou ik weer pianoles mogen nemen?”
88