„Neen, ik vind er niets aan. Ik houd niet van paarden en ’t is lang niet zo leuk als...”
„Als wat?” vroeg Oma gretig.
„Nou, als allemaal samen zijn, u weet wel, met de anderen.”
Oma dacht en dacht. Er moest toch iets te vinden zijn om het kind blij te maken.
„Ik weet iets, ik weet iets!” riep Oma kinderlijk blij.
„Och, Oma,” weerde Ans af. „U hoeft heus niets anders voor me te verzinnen. Ik heb toch nergens lust in. U begrijpt ’t allemaal niet. Ik wil er maar liever niet meer over spreken. Ik zal me heus wel wreken op die suffe kinderen. Ze zullen het weten, dat ze me zo behandeld hebben! Ik vraag ze geen van allen op mijn verjaardagspartijtje!”
„Dat was nu juist wat ik bedoelde. Ik zal er met je ouders over spreken. We geven dit jaar geen partijtje, maar een echt bal! O, laat dat maar aan Grootje over! We zullen er iets héél moois van maken! En je mag vragen wie je wilt en je krijgt een nieuwe jurk van me, zoals je er nog nooit een had. Ben je nu weer blij, poesje? Dan ook niet meer denken aan die nare kinderen. Ga maar vast dromen over het bal!”
Met een onbevredigd gevoel in het opstandige hartje ging Ans naar haar kamer en liet ze zich neervallen in één van de beeldige crétonnen stoeltjes, die altijd de bewondering opwekten van ieder meisje, dat bij haar op bezoek kwam.
Ze had een kamer, waarin alles was, wat een meisjeshart kon verrukken, alleen het hare bleef er koud bij. Wat had je aan zo’n mooie kamer, als je die met niemand kon delen. Het was of het nu pas goed tot haar doordrong, dat geen van de meisjes eigenlijk graag bij haar kwam en ze ze altijd moest soebatten om met haar mee te gaan. Alleen Suus liep nog wel eens met haar mee, maar als ze tien minuten bij haar gezeten had en één van de
86