willen zeggen, mag ik dus even om stilte verzoeken?”
Men kon een speld horen vallen.
Toen klonk daar als in een jubeling Corrie’s warme, zuivere stem door de kamer.
De handen samengevouwen, de grote ogen starend als naar een blij verschiet, zó jubelde Corrie haar dank uit en op wie het hoorde maakte het een indruk, die onvergetelijk zou blijven.
Het bleef enige ogenblikken doodstil, toen de laatste klank van het lied verstorven was, maar toen brak „de Brei” los in een luid bravo-geroep.
„Maar Corrie, dat je zó mooi kon zingen had ik niet kunnen denken,” zei Ans en de anderen stemden volkomen met haar in.
„Zo,” de Muizenmoeder stond resoluut van haar stoel op. „En nu zijn de feestelijkheden ten einde, want anders zou het teveel voor allen worden; je moet een feest weten te besluiten als het z’n hoogtepunt bereikt heeft.”
Haar wijze ogen zagen de donkere kringen om Corrie’s ogen en de bleke wangen van haar eigen kind, dat zich de laatste dagen teveel had vermoeid.
„En morgen ...”, zei Riek.
„En morgen blijven jullie lekkertjes lang uitslapen en gaan we er een rustig dagje van maken.”
De meisjes gaven onmiddellijk gehoor aan het bevel van de Muizenmoeder en gingen gezamenlijk en onder opgewekt gepraat huiswaarts. Er was maar één roep over het geslaagde feest, over Corrie’s zang en haar gelukkig snuitje. Ze waren elkaar nog nooit zó na als op die dag en er was geen enkele wanklank geweest, bekenden ze elkaar vol trots.
„’t Zijn twee keien, Riek en Corrie,” zei Nita zacht. „En we kunnen, zoals we hier zijn, een voorbeeld aan die twee nemen.”
„Dat kunnen we,” beaamde Ans.
Riek was nog even terug gekomen bij Corrie, want toen
179