zeker. Het is ’t eerste concert, dat je zult bezoeken, maar... och, neen, ik hoef het je niet eens te zeggen, ik zie aan je hele gezicht, dat wat ik je nu zou zeggen al honderd keer door jezelf bedacht is. Je Moeder zou zeggen: van strijd word je sterker, Riek! En zo is het.”
„Och, ja, dat is misschien wel zo, maar ik vind het zo zuur, dat Ans me nu ook nog overdreven vindt en me verwijt, dat ik roet in het eten heb gegooid. Ik zou die hele Ans af en toe door mekaar kunnen rammelen. Ze voelt op geen stukken na, wat het me kost om niet te gaan. En ik had ’t heel wat aardiger van haar gevonden, als ze ook niet ging en me gezelschap bleef houden.”
„Dan was de teleurstelling gemakkelijker te dragen geweest. Ja, dat kan ik me van jouw standpunt wel begrijpen. Toch is het niet juist, Riek. Ans, die nu eenmaal een verwend kind is, kan niet zo gemakkelijk iets opofferen en je kunt van haar niet verwachten, dat ze in zo korte tijd zóveel ten goede zou veranderen, dat ze terwille van een ander iets op zou geven, waar ze zich zó op verheugd heeft. En zou het jou nu zó’n genoegdoening geven, dat zij ook niet gaat? Neen, kindje, dat moet je gauw weg zien te denken. Je zult eens zien, hoe ’n voldaan gevoel er morgenavond in je hart zal zijn als de voetenzak op een oortje na gevild is en je terug kunt zien op een goede daad.”
„Dat gevoel heb ik nu nog helemaal niet,” pruilde Riek. „Hoeft ook niet, dat komt wel.”
Tante Do ging naar beneden en Riek bleef alleen met haar gedachten, die nog steeds van sombere aard waren.
„Voor mijn part wordt het concert uitgesteld, of gaat het helemaal niet door. Neen, dat zou tè erg zijn, dan kwam er geen cent in de kas van de Zuigelingen-vereni-ging. En tante Dok hoopt er zo vreselijk op. O, Riek, wat ben je een monster! Denk er toch eens aan, hoe lief die voor je geweest is, toen je ziek was en nu zou je nog willen, dat het concert niet doorging? Als het een beetje wil, is Corrie ook nog boos op me, dat ik haar de laatste tijd zo
168