bij jou aan, om er iets leuks van te maken. Ik weet wel, dat jij ook geen zee van tijd hebt, maar toch meer dan ik.” „O, ja, maakt u daar niet bezorgd over, ik verklungel een hoop tijd, die ik beter kan gebruiken. Dan lees ik maar wat minder. Echt enig, dat we Corrie nu eens in het zonnetje kunnen zetten op haar verjaardag. Heeft u een idee hoe we het zullen aanleggen?”
„Neen, eerlijk gezegd niet. Spreek er eens met de Muizenmoeder over en ook met tante Do. Mevrouw Smaalders vindt alles best wat we doen, die is van een lankmoedigheid waar je van omvalt. Dat komt, omdat alles haar zó is meegevallen en ze zich sinds jaren niet zo op haar gemak heeft gevoeld. Tante Do heeft eer van haar werk, dat moet gezegd.”
„Het zal voor elkaar komen,” beloofde Riek. „Ik zal u geregeld verslag uitbrengen van het programma voor de komende feestelijkheden in het Muizennest. Kan ik verder nog iets voor u doen, behalve uw flikken opsnoepen?”
„Ja, je moet ook eens bedenken wat we haar kunnen geven, misschien kan het wel een gezamenlijk geschenk worden.”
„Zal over gepeinsd worden, schone jonkvrouw! O, zeg, dat heb ik u nog helemaal niet verteld, weet u, dat ik met Ans en haar moeder naar het concert ga, waar u speelt? Ik ben gewoon in de zevende hemel! Ik heb er Corrie niets van verteld, ik vind het zo zielig, dat zij nooit ergens heen kan.”
„Ja, héél zielig. Ik zal het hele programma voor haar spelen, dat vind ze ook fijn, want ze is dol op muziek. Leuk voor je, dat je er heen gaat. Ik zal loeren of ik jullie zie en dan krijg je een genadig knikje van me.”
„O, enig,” genoot Riek al bij voorbaat. „Dan zien alle mensen, dat we u kennen.”
„Dacht je heus, dat ik het doen zou,” lachte Anne-Marie. „Moest ik niet iedere keer, dat ik op moet treden, trillen als een juffershondje! Dat kan ik maar niet af
158