„Zoudt u Riek even willen opbellen en zeggen, dat ik er spijt van heb?”
„Neen, Ans. Wanneer je er werkelijk spijt van hebt moet je niet te trots zijn om dit tegenover haar te bekennen. Je hebt het zelf bedorven, maak het nu ook zélf weer in orde.”
Ans was een zo gedecideerde toon niet gewend van haar Moeder en even wilde ze in opstand komen, maar ze bedacht zich en schikte zich er in, dat Moeder iets van haar eiste, dat ze ongaarne deed.
Ans was niet gewend schuld te bekennen en als het Riek niet geweest was, Riek, waar ze toch werkelijk veel van hield, dan zou ze er niet over gedacht hebben de minste te zijn.
Nu ging ze gewillig achter Moeder aan naar beneden en sloeg het nummer van de van Dongens aan.
„Mag ik Riek even hebben?” vroeg ze bedeesd.
„Ja, hallo?” Riek’s heldere stem aan de andere kant van de lijn.
„Met Ans.”
„Ja, dat hoor ik.”
„Ik was weer erg onaardig, Riek. Wil je het maar vergeven?”
„Och, kom toch! Dat ben ik al lang weer vergeten. Ik was ook zo lief niet !”
„Je moet maar een beetje geduld met me hebben. Het was vandaag weer helemaal mis met me.”
„Zeg, doe niet zo dik! Iedereen heeft wel eens een kwaje bui! Wat had je me eigenlijk willen vertellen? Je hebt me dodelijk nieuwsgierig gemaakt en ik had het land, dat je wegliep, zonder iets te zeggen. Ik ben een echte nieuwsgierige Aag!”
„Moeder heeft kaarten gekocht voor het concert waar Anne-Marie speelt, je weet wel, ten bate van de Zuige-lingen-Vereniging van je tante Dok! Moeder vraagt of je dan bij ons komt eten en dan gaan we met Moeder naar het concert.”
I5I