stumperd, en ik vind het belachelijk van je, dat je ons eigenlijk allemaal wilt dwingen, veel bij haar te komen. Jij speelt de barmhartige en dat doen ze bij jullie allemaal zo’n beetje. Nou, dat moeten jullie zelf weten, maar laat een ander vrij! Ze vinden het geen van allen zo hemels om bij Corrie te komen. Ze ziet er zo... hoe zal ik het zeggen ... zo eng uit, met die grote mond en dat akelige gezicht. Denk je, dat het een pretje is om daar naar te moeten kijken? Ik weet nu al precies hoe het gaan zal, nu dat kind bij jullie woont: ik mag af en toe bij Hare Majesteit Riek komen en bij dat kind zit je natuurlijk de hele dag. Nou, voor mijn part mag je eeuwig bij haar zitten, ik héb er genoeg van! Ik ga uit de Club en ik kom bij jou ook niet meer en ik zal... ik wil... och, akelig spook, dat je bent!” Ans liet zich neervallen in haar stoel en brak in tranen los.
Riek’s eerste ingeving was, naar haar toe te gaan, haar hoofd op te lichten en vriendelijk met haar te spreken. Maar, het verwijt als zou zij de barmhartige spelen had doel getroffen en Riek, hevig beledigd, liet Ans rustig huilen en speelde kwasi onverschillig met Floor’s bruine oorflappen.
Het was meer dan Ans verdragen kon. Tussen haar vingers door gluurde ze naar Riek en toen ze zag, dat deze niet de minste notitie nam van haar huilbui, werd ze pas goed nijdig.
Ze trok haar mantel, die ze al uit had gedaan, weer aan en met grote, haastige passen naar de deur lopend, snikte ze:
„Ik ga, hoor! En je hoeft niet te denken, dat ik terug kom. Je kunt opwaaien met je hele pensionkliek en je hond waar je zo mal mee doet en je vriendin Nita en ...”
„Kind,” zei Riek, nu ook ziedend. „Loop jij naar je Grootje, die zal je wel weer gelijk geven en misschien krijg je wel twee meisjesbals! Wedden, dat er niemand van ons Clubje komt?”
146