„Wat kunnen wij mannen daar tegenover stellen?” vroeg Frans.
„Er is nog een vliering ”
„Daar blijven jullie lekker uit!” gebood tante Do. „Die zullen we wel nodig hebben voor de dingen, die mevrouw Smaalders absoluut niet weg wil doen. Daar heb ik al aan gedacht, want tenslotte zal zij wel heel veel hebben, dat ze niet in vreemde handen wil geven. Hoe het ook zij, de kogel is door de kerk, want de bezwaren van de Muizen-moeder zijn ontzenuwd. O, neen, rest nog het rijden van Corrie. Dacht je heus, Pau, dat het mijn bedoeling was, dat wij dit steeds zouden doen? Dat zou niet vol te houden zijn. Natuurlijk zal ik de eerste keren met haar gaan rijden, meer om mevrouw aan het idee te wennen en dan zullen we iemand zoeken, die op geregelde tijden komt om met haar uit te gaan. Ik heb mevrouw hierover nog niet gesproken, omdat ik het niet verstandig vond haar opeens zoveel te vragen, maar ze is meegaander, dan ik had durven hopen en als ze eenmaal hier is, zal ze nog meegaander worden. Heb daar dus maar geen zorg over.”
„Die Kenau-tante van ons heeft de boel maar weer voor mekaar,” steunde Riek vergenoegd. „Wat zal ons Anne-Marieke er wel van zeggen. Mag ik het haar even gaan vertellen?”
„Neen, kind, laat mevrouw Smaalders dat zelf doen,” vond haar moeder.
Een maand later — tante Do had niet ingezien waarom er zo lang gewacht moest worden — was alles in kannen en kruiken. Het was de schoonzoon van de van Dongens gelukt het grote huis van mevrouw Smaalders aan een Handelsmaatschappij te verhuren, zodat mevrouw ook van die zorg ontheven was.
De kamers van Baasje — zoals ze nog altijd genoemd werden — zagen er genoegelijk uit en toen Corrie uit de auto naar binnen gedragen werd, gaf ze een kreet van
140