me toch ook niet tegen verzet. U weet niet wat het me gekost heeft, haar toe te staan al die meisjes hier te hebben, al die meisjes, die recht van lijf en leden zijn en er zo alleraardigst uit zien, naast Corrie te zien.”
„Weest u blij, mevrouw,” zei tante Do héél ernstig, „dat uw kind het gevoel van jalouzie niet kent, dat nu nog in uw hart is. O, het is te begrijpen, u had uw kind ook graag gezien als de meisjes die bij haar komen, maar het zou beter zijn als u dit gevoel uit uw hart verbande en er alleen maar aan dacht, wat voor het kind prettig kan zijn. U zult me wel een grote bemoeial vinden en ik hoop, dat u me de harde dingen, die ik u zeg niet kwalijk zult nemen.”
„Dat doe ik helemaal niet,” beijverde mevrouw zich te zeggen. „Misschien was het voor ons allebei beter geweest als ik me niet zo opgesloten had. Ik heb na de dood van mijn oudste dochter niemand meer willen zien en zelfs mijn naaste familieleden heb ik verzocht zo weinig mogelijk te komen. Ik voel wel, dat ik er niet goed aan heb gedaan en misschien kom ik nog eens zo ver, dat ik weer lust in het leven zal krijgen. Het lijkt me nu zo onmogelijk toe. Denkt u niet, dat ik ondankbaar ben, ik ben zó blij, dat door Dokter’s raad aan te nemen Anne-Marie in ons leven is gekomen en mèt haar, Riek en tante Do. Ik beloof u na te zullen denken over uw voorstellen. Als ik maar niet zo opzag tegen al die drukte van meubels opruimen en verhuizen, dan zou ik er vlugger toe kunnen besluiten, maar, o, tante Do, als ik daaraan denk krijg ik nu al slapeloze nachten.”
„Dan er maar niet aan denken en anderen voor u laten handelen. Riek zou zeggen: als die twee fiere Kenau’s van ons iets ter hand nemen, dan is het in een wip klaar! Die fiere Kenau’s zijn mijn zuster en ik! Nu, laat u ons dan maar een beetje bazen over u en Corrie en ik geef u mijn woord, dat u binnen twee maanden rustig in ons „Muizennest” zit. Dus geen slapeloze nachten en geen lang dralen, maar u vertrouwd maken met het idee, dat u het
l37