me wel aangeboden bij hun te blijven koffiedrinken, maar ik wil ze niet teveel last veroorzaken, ze hebben het druk genoeg. Nu, ga maar gauw, kind, het is heerlijk weer.” „Nu komen er twee kamers leeg bij de van Dongens,” zei Nita langzaam. „Dat zal een hele slag voor ze zijn. Ik geloof, dat ze het erg zuinigjes hebben. Wisten we maar iemand voor Op a’s kamers.”
„Dat komt allemaal wel goed,” stelde mevrouw haar gerust en ze streek over Nita’s blonde haren.
Ze keek het meisje na, toen ze haar met Floor aan de riem, de straat over zag steken.
„Wat is het kind veranderd,” dacht ze dankbaar. „Vroeger zou ze niet gedacht hebben aan de van Dongens, het zou niet eens tot haar doorgedrongen zijn, dat die zorgen konden hebben omdat er twee kamers leeg komen. Het is Riekje’s goede invloed. Ik kan het kind niet dankbaar genoeg zijn. En mevrouw van Dongen en tante Do? Kunnen we wel ooit al hun goede zorgen voor Opa vergoeden?” Toen het testament van Opa geopend werd, bleek, dat Riek’s Baasje alle goede zorgen die hij in het gezin van Dongen ondervonden had, zelf niet vergeten had, want er was een legaat voor Riek, dat gebruikt moest worden om haar pianostudie te bekostigen, zodat daar, als het zo ver was, geen zorg voor behoefde te zijn. En verder was er voor ieder uit het gezin een souvenir aangewezen, dat met zorg door Baasje omschreven was. En toen Riek, enige weken na zijn verscheiden, op een middag uit school kwam, vond ze op haar kamer Baasje’s boekenkast met alle boeken, die hem zo lief waren geweest en die later voor Riek een bron van geestelijk genot zouden opleveren.
„Ik ben er werkelijk verlegen mee,” had mevrouw van Dongen gezegd, toen op wens van Nita’s moeder de boekenkast op Riek’s kamer was geplaatst.
„Ik heb het gevoel of u Nita tekort doet.”
„Laat ik u dan zeggen,” zei mevrouw de Kruyve, „dat het idee eigenlijk van Nita is. We zochten naar nog een
133