stil, ik hoor bellen, misschien is Moeder daar. Gek, nou is Moeder haar Vader kwijt. Wat moet dat een raar gevoel
zijn. Ik zou het vreselijk vinden als Vader nou, ja,
Opa was al erg oud en misschien, dat het dan niet zo erg is. O, gelukkig, daar is Moeder.”
Nita, die haar moeder’s stem hoorde, liep bevrijd naar de deur.
„Wat is u lang weggebleven,” zei ze en sloeg haar armen om mevrouw de Kruyve’s hals.
„Malle meid,” mevrouw’s stem was licht ontroerd, ze was zo’n onstuimige omhelzing van haar dochter niet gewend.
„Ik heb thuis alles even geregeld en ben toen meteen hierheen gegaan. Het kan dus niet zó lang geduurd hebben.”
„Misschien leek het dan zo,” zei Nita kleintjes. Ze voelde zich zo vreemd vandaag, ze kon het zelf niet begrijpen wat het toch was, dat haar zo naar Moeder had doen verlangen, terwijl die toch maar heel kort weg was gebleven.
„Kindje,” zei haar moeder, terwijl ze een zijdelingse blik wierp op het betrokken gelaat van haar dochter. „Je hoeft hier niet te blijven, ik heb zóveel te regelen en te bespreken met mevrouw van Dongen, daar ben ik de eerste uren niet mee klaar.”
„Kan ik u dan met niets helpen?” vroeg Nita.
„Och neen,” weifelde haar moeder. Ze wilde Nita buiten al die droeve, maar noodzakelijke besprekingen houden, die gepaard gaan met het verscheiden van een naast familielid.
„Dan ga ik maar een beetje wandelen met Floor. Het dier zal Opa missen, die ging iedere dag met hem op stap.”
„Ja, doe dat en haast je maar niet met terug komen, ik ben heus vooreerst niet klaar. Maar ik zal het wel prettig vinden als je tegen koffietijd terug bent, dan gaan we samen naar huis. Die goeie mevrouw van Dongen heeft
132